Inhoudelijke informatie

Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

In Nederland zijn er meerdere ziekenhuizen die hebben meegedaan met het onderzoek. Mocht een patiënt met de ambulance naar de eerste hulp van één van deze ziekenhuizen worden gebracht omdat er sprake was van sepsis, dan werd er toestemming gevraagd om mee te doen met het onderzoek
Indien mogelijk werd dit door de ambulanceverpleegkundige gevraagd worden. Als de situatie dit niet toeliet, omdat de patiënt te ziek was, dan werd toestemming aan een wettelijk vertegenwoordiger gevraagd, dit is bijvoorbeeld de partner of een van de kinderen.

Soms bleek dat de problematiek van een spoedsituatie het pas mogelijk maakte om achteraf toestemming te vragen. Indien een patiënt geen toestemming gaf, dan werden de verzamelde gegevens niet gebruikt voor het onderzoek.

Als de patiënt toestemming gaf, dan opende de ambulanceverpleegkundige een envelop waarin vermeld werd of patiënt de reguliere behandeling kreeg of dat hij/zij de onderzoeksbehandeling kreeg.

Het ziekenhuis waar de patiënt naar toe gebracht werd nam de behandeling over zodra de patiënt op de Spoedeisende Hulp was. Als in de ambulance nog geen antibiotica was toegediend, dan werd dit op de Spoedeisende Hulp alsnog zo snel mogelijk krijgen van uw behandelend arts.’

Ook namen we tijdens de standaard bloedafname op de SEH 2 extra buisjes bloed af, de patiënt hoefde hiervoor niet extra geprikt te worden. Indien patiënt werd opgenomen, dan werd er ook op dag 3 en dag 7 van de opname 2 extra buisjes bloed afgenomen. Dit gebeurde allemaal tijdens de standaard lab-afname. Ook hiervoor hoefde patiënt dus niet extra te worden geprikt. Deze bloedbuisjes werden verwerkt en opgeslagen in een vriezer, voor o.a. toekomstig onderzoek naar verschillende waarden (zogenaamde biomarkers) die belangrijk zijn om de prognose van de patiënt te voorspellen en de artsen helpen om een betere behandeling te kiezen. Tenslotte werd er nadat patiënt uit het ziekenhuis was ontslagen een maand later een vragenlijst naar hem/haar verstuurd met het verzoek deze in te vullen en te retourneren.

Wat werd van de patiënt verwacht? Wat was meer of anders dan de reguliere behandeling?

Tijdens het onderzoek verzamelen wij gegevens over de patiënt. Deze gegevens blijven geheim en hebben een code, zodat de naam van de patiënt nooit wordt genoemd in een rapport over het onderzoek. De gegevens gaan vooral over de periode tot ontslag uit het ziekenhuis. De patiënt hoefde hiervoor niks extra’s te doen of te laten. Het onderzoek had geen gevolgen voor de reguliere behandeling, het ging alleen om het eerder starten van de normale behandeling. Behandeling met de antibiotica had geen invloed op andere medicijnen.

 Wat waren de risico’s van het onderzoek? Welke bijwerkingen kon de patiënt  eventueel verwachten?

De risico’s van het onderzoek waren dezelfde risico’s als die van de behandeling in het ziekenhuis, zoals de eventuele bijwerkingen of een allergische reactie op de antibiotica. Indien vooraf bleek dat patiënt allergisch was voor deze antibiotica, dan kon die niet deelnemen aan het onderzoek. De meest voorkomende bijwerkingen van de antibiotica zijn buikpijn, misselijkheid en diarree.

Wat gebeurde er als patiënt niet wenste deel te nemen?

Patiënt besliste zelf of hij/zij meedeed aan dit onderzoek en mocht altijd weigeren. Indien de  familie / wettelijk vertegenwoordiger toestemming had gegeven omdat patiënt zelf te ziek was, of indien de behandeling al was gestart omdat de spoedsituatie toestemming vragen nog niet mogelijk had gemaakt, dan kon patiënt achteraf zelf alsnog besluiten geen toestemming te geven. De verzamelde gegevens werden dan niet gebruikt voor het onderzoek.

Hoe waren de patiënten verzekerd?

De patiënt was verzekerd zoals elke patiënt die door het ambulancepersoneel en het ziekenhuispersoneel wordt behandeld en vervoerd. Elk ziekenhuis die deelnam aan dit onderzoek had een patiënten verzekering afgesloten.